Vrijwilligers
Wist u dat er bij de 4 vrouwenorganisaties met haar 150 afdelingen, ruim 3000 vrouwen vrijwilligerswerk verrichten? Deze vrijwilligers dragen met elkaar de zorg voor onderlinge verbanden in hun gemeenten en Gelderse regio's.
De vrijwilligers die werkzaam zijn voor hun vrouwenorganisaties zijn op vele terreinen actief en in alle regio’s van Gelderland te vinden. Zowel geschoold als ongeschoold vervullen zij taken op het gebied van de mantelzorg, vertegenwoordigingen in ziekenhuisraden, de Wmo-raden, het Kulturhus, de buurtbusdiensten, vrouwenadviescommissies, agrarische organisaties zoals de LTO en streekcommissies.
Hun vrijwilligerswerk en (vrijwillig)bestuurswerk bij de verschillende vrouwenorganisaties uit zich overwegend in het vorm geven aan praktische initiatieven die de leefbaarheid van het platteland veraangenamen. Deze activiteiten zijn doorgaans kleinschalig en informeel opgezet op kostenbesparende en traditionele grondslag.
Omdat de Plattelandsvrouwen kiezen voor deze manier van organiseren, vallen zij naar buiten toe niet erg op met al het vrijwilligerswerk dat zij voor hun gemeenschap en vrouwenorganisaties verrichten. In onze provincie zijn er allerlei ontwikkelingen gaande, en is er veel aan het veranderen op het platteland. Door bezuinigingen en ook door de vergrijzing zijn veel voorzieningen in de kleine kernen verdwenen; eenzaamheid en isolatie liggen hier op de loer. Zorg voor de leefbaarheid is daarom vooral het thema dat van belang is in dit vrouwennetwerk.
De GPVO onderhoudt naast de contacten met deze vrouwenorganisaties ook contacten met collega ondersteuningsinstellingen zoals de VKK, SBOG en Goma.
De vrijwilligers die actief zijn bij alle vier vrouwenorganisaties (ruim 3.000) zijn vooral zelfredzaam, organiseren van alles zonder steun van gemeenten of andere overheidinstellingen. Wij, de consulenten, verbinden en activeren onze vrijwilligers opdat zij met een mooi product komen, waar de samenleving wel bij vaart en dat past bij het provinciaal beleid.
De vrijwilligers van hun werkgroepen wonen overwegend in de kleine kernen, dorpen en de buitengebieden. De activiteiten worden bijna altijd bovengemeentelijk georganiseerd en zijn voornamelijk gericht op het versterken van de sociale cohesie en/of educatie.